Blog

Lees mee

Hyperventilatie betekent letterlijk overmatige (hyper) adem (ventilatie). Wie hyperventileert, ventileert meer dan nodig om het koolstofdioxidegehalte in het bloed op de normale hoogte te houden.

Hyperventilatie moet niet gedefinieerd worden als "snel ademhalen" (tachypnoe); dit kan namelijk best normaal zijn, bijvoorbeeld bij inspanning. Afhankelijk van de situatie kan men snel ademhalen, maar nog last hebben van hypoventilatie (te weinig ademen).

Hyperventilatie is geen ziekte op zich, maar een symptoom. De onderliggende ziekten kunnen zijn:

  • Stress, overbelasting, oververmoeidheid of een paniekaanval, verkeerde ademhalingstechniek, te snel ademen
  • Metabole acidose, bijvoorbeeld bij ontregelde diabetes mellitus; men spreekt dan van Kussmaul-ademhaling
  • Hypoxie, zoals bij een astma-aanval, bij bergbeklimmen, bij zware inspanning.

Dikwijls heeft hyperventilatie te maken met bewuste of onbewuste angstgevoelens. Ademwerk leidt tot ontspanning en helpt je jezelf beter te begrijpen. Beide zijn nodig bij het oplossen van hyperventilatie. Daarbij is het belangrijk vertrouwen in jezelf en in je lichaam op te bouwen.


Ademen gebeurt meestal onbewust maar men kan ook bewust in- en/of uitademen of de adem even inhouden. Onbewuste inademing wordt gestuurd door een impuls vanuit het ademhalingscentrum in het verlengde merg van de hersenstam. Dit centrum reageert op de koolstofdioxideconcentratie. Stijgt deze concentratie, dan wordt krachtiger geventileerd om de concentratie terug te brengen op het optimale niveau.

Bij het inademen en het actief uitademen worden de ademhalingsspieren gebruikt. Dit zijn de middenrifspieren, buikspieren, de binnenste en buitenste tussenribspieren en de supraclaviculaire (boven het sleutelbeen gelegen) spieren. Bij het inademen maken de spieren het volume van de borstholte groter, zodat de longen, die zich in deze borstholte bevinden, uitzetten. De druk in de borstholte wordt dan lager dan die van de buitenlucht, waardoor de lucht in de longen stroomt. Bij het uitademen ontspannen de spieren zich en wordt het volume van de longen (door de elasticiteit van de longen, borstkas en buikwand) weer kleiner. Daarmee neemt de druk in de longen toe en wordt de lucht weer naar buiten gestuwd.

Bij een inademing in rust wordt er 400-500 ml lucht ingeademd een frequentie van 12 tot 15 keer per minuut. Bij een volwassene wordt hierbij in rust gemiddeld 300 ml zuivere zuurstof per minuut door de longen opgenomen.

Tijdens de ademhaling wordt de lucht door neusharen vrijgemaakt van stofdeeltjes. De fijnere deeltjes zoals bacteriƫn, schimmelsporen of virussen blijven kleven in het slijm dat zich op de oppervlakte van neusholte, luchtpijp en bronchiƫn bevindt. Daarnaast wordt door het slijmvlies de lucht vochtig gemaakt en verwarmd. Verder stroomt de lucht langs het reukslijmvlies en wordt dus tijdens de inademing gecontroleerd.



WhatsApp chat